

Na 1600 groeide het aantal
brouwerijen explosief; de meeste bedrijven werden toen in de
waterstad gebouwd, het buitendijkse haventerrein. Tussen 1608 en
1614 waren de kavels in dit gebied geveild. Aan de Leuvehaven
oostzijde, genoemd naar het kreekje de Leuve of Loeve, werden in
1608 34 erven geveild, uitgezonderd vier erven, met een lengte van
200 voet en een breedte van 22 voet.
Jan Dammasz. Pesser afkomstig uit een bekend patriciërs geslacht
had na 1598 de brouwerij De Witte Leeuw opgericht. Hij werd
opgevolgd door zijn zoon Dammas Jansz.; zijn andere zoon Dirk
Jansz. stichtte aan de Wijnhaven de brouwerij De Zwarte Leeuw.
Kennelijk gingen de zaken goed en Dammas Jansz. kocht in 1617 een
huis en loods aan de Leuvehaven oostzijde op de hoek met de Twee
Leeuwensteeg. In 1621 verkocht hij dit aan zijn zwager Jacob
Jacobszn. van Couwenhoven die daar de brouwerij De Twee Klimmende
Leeuwen bouwde.
De twee aan elkaar gelieerde geslachten Van Couwenhoven en Pesser
bezaten door huwelijk of vererving een groot aantal brouwerijen
waaronder, De Zwarte Leeuw, de hierboven genoemde Witte Leeuw, De
Hollandsche Tuin, De Leeuw met de Staf, De Fortuin, De Oranjeboom,
De Twee Springende Paarden, de Rode Leeuw en nog meer.
Door aankoop van belendende panden breidde Van Couwenhoven de
brouwerij De Twee Klimmende Leeuwen uit met een kuiphuis en een
mouterij. Op een kaart uit 1626 zijn de panden goed te zien, het
hoofdgebouw had zelfs een torentje met een slagklok met uurwerk.
Dit was hierop geplaatst, met toestemming van de eigenaar, door de
stad "tot het gerief van de bewoners en het bijgelegen
kwartier".
In 1647 kocht Vincent Bouwensz. de brouwerij voor het enorme bedrag
van f. 85.000. Hij kon zich toen eigenaar noemen van een brouwerij,
mouterij en rosmolen met negen molenpaarden, kuipen, ketels,
vaatwerk en ander gereedschap, het huis van de opperbrouwer en nog
drie woonhuizen.
In 1782 brak in het middengedeelte van de brouwerij brand uit en
in vier uur tijd waren brouwerij, mouterij, branderij, molen en
woonhuis volledig in as gelegd. Snel daarop is begonnen met de
nieuwbouw naar een ontwerp van de architect Giudici. De stad nam
wederom de bouw van torentje en klokkenwerk voor zijn rekening. De
gevelsteen met de twee leeuwen moet dan ook van die tijd dateren,
evenals een uurwerk dat het museum in 1922 verwierf.
De brouwerij ging herhaaldelijk in andere handen over en bleef tot
1833 als zodanig in gebruik. Daarna gebruikten de nieuwe eigenaren
de voormalige brouwerij als pakhuis, totdat het bombardement van
1940 het markante gebouw met de grond gelijkmaakte. Uit notities
uit die tijd blijkt dat "De Linksche leeuw bestaat uit 4 fragmenten
en is vrijwel onbeschadigd; de aan de rechterzijde gestaan hebbende
leeuw is vrij ernstig beschadigd en bestaat uit 14 (of 15?)
fragmenten. Hierbij nog drie roode en een geel stuk baksteen, die
bij deze stenen behoorden." In het museum zijn alleen maar twee
paar leeuwepoten bewaard gebleven; waar de vrijwel complete leeuw
is gebleven is onbekend. Een tekening van Briedé laat zien hoe dit
beeldhouwwerk eruit moet hebben gezien.
straatnamen: